Een mailtje sturen, nepnieuws herkennen of een officiële brief ontcijferen is (bijna) onmogelijk als je laaggeletterd of analfabeet bent. De groep van 2,75 miljoen Nederlanders die nauwelijks kunnen lezen of schrijven, is vrijwel onzichtbaar. Schaamte zorgt ervoor dat mensen hun laaggeletterdheid verbergen. Om maar gelijk een misverstand de wereld uit te helpen: meer dan de helft van de laaggeletterden heeft Nederlands als moedertaal – zogenoemde NT1’ers. Tweederde van de Nederlanders denkt geen laaggeletterde te kennen. Terwijl bijna iedereen wel iemand kent met hooikoorts, wat minder vaak voorkomt.

Laaggeletterdheid is een term voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij
daardoor ook moeite met het gebruik van een computer of een smartphone.

Formulieren invullen, solliciteren of straatnaamborden lezen zijn veelvoorkomende knelpunten. De consequenties kunnen groot zijn: als je een brief niet begrijpt of formulieren verkeerd invult, ligt een vicieuze cirkel van schulden op de loer. Of denk aan nepnieuws herkennen en bijsluiters van medicijnen lezen.

 

2,5 miljoen laaggeletterden

In Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen (Algemene Rekenkamer,
2016). Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. Dat heeft grote impact op hun persoonlijke leven. Als je niet goed kunt lezen, schrijven en/of rekenen, vind je minder snel een baan, kun je minder gezond leven en heb je minder grip op je geldzaken. Onder de 2,5 miljoen laaggeletterden zijn 1,8 miljoen 16- tot 65-jarigen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen.

Bijna de helft van de mensen die moeite hebben met lezen en schrijven is autochtoon Nederlander; iets meer dan de
helft heeft een niet-westerse achtergrond. Mensen met alleen basisschool educatie leven gemiddeld 6 jaar korter en
15 jaar in minder goed ervaren gezondheid dan mensen met een hbo- of universitaire opleiding.

Een aantal feiten op een rij:

  • Laaggeletterdheid komt meer voor onder laagopgeleiden, ouderen en migranten (Buisman et al., 2013).
  • De grootste groep laaggeletterden bestaat uit oudere autochtonen met een middelbaar opleidingsniveau: zij maken 45% van de groep laaggeletterden uit (De Greef, 2013).
  • Iets meer dan de helft van de laaggeletterden is autochtoon Nederlander; één op de drie heeft een niet-westerse achtergrond (Algemene Rekenkamer, 2016).
  • 14% van de 15-jarige leerlingen in Nederland heeft grote moeite met het begrijpen van hun schoolboeken. Deze groep loopt het risico om op latere leeftijd onder de noemer ‘laaggeletterd’ te vallen (De Greef, 2013).
  • 42% van de mensen die alleen lager onderwijs gevolgd hebben, is laaggeletterd. Dit percentage neemt sterk af naarmate het onderwijsniveau stijgt (Buisman & Houtkoop, 2014).
  • Laaggeletterd betekent dat je de taal of talen die je spreekt slecht beheerst. Anderstaligen zijn niet perse laaggeletterd. Met hen kun je in hun eigen taal (of in het Engels of Frans) wel ‘op niveau’ spreken.
  • Voor veel Marokkaanse vrouwen van boven de 60 jaar geldt dat zij ook in hun moederstaal analfabeet zijn, dus helemaal niet kunnen lezen en schrijven. Zij zijn dan anderstalig en laaggeletterd.
  • Ongeveer een op de drie Nederlanders heeft beperkte gezondheidsvaardigheden. Uit een Europese studie kwam een percentage van 29% (Sørensen, 2016). Ook uit een recentere studie van het Nivel Consumentenpanel kwam
    een percentage van 28,8% (Nivel, 2019).

 

Laaggeletterdheid in Rotterdam

Rotterdam heeft onderzoek laten doen naar het aantal laaggeletterden in de stad. Hieruit kwam het verband tussen
niet goed kunnen lezen en schrijven aan de ene kant. En werk en inkomen, gezondheid en zorg en integratie aan de
andere kant.

Uit de cijfers blijkt dat het aantal laaggeletterden in Rotterdam tussen 80.000 en 96.500 ligt. Dit is gemiddeld
21 procent van de Rotterdamse bevolking. Het opleidingsniveau, de leeftijd, langdurig werkloos zijn en de immigratiegeschiedenis (eerste generatie) zijn de belangrijkste factoren voor laaggeletterdheid.

 

 

Laaggeletterdheid en gezondheid

Er is een duidelijke samenhang tussen beperkte gezondheidsvaardigheden en een slechtere gezondheid. Astma en COPD, diabetes, kanker, hart- en vaatziekten en psychische problemen komen bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden beduidend vaker voor (Nivel, 2014). Ook komen zij gemiddeld gezien eerder te overlijden (Bostock en Steptoe, 2012). 5,2% van de laagst geletterde mannen heeft diabetes tegenover 1,5% van de hoogst geletterde mannen. Voor vrouwen is dat verschil nog groter: respectievelijk 6% en 0,9% (CBS, Den Haag/Heerlen).

Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden maken meer gebruik van zorg en ervaren de kwaliteit van de zorg die ze krijgen als minder goed (Berkman et al., 2011).

Het medicijngebruik bij de laagst opgeleide groep is bijna tweemaal zo hoog als bij de hoogst opgeleide groep (CBS Statline, 2017). Verkeerd begrip van mondelinge uitleg of schriftelijke instructies kan grote gevolgen hebben. Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden krijgen bijvoorbeeld vaker te maken met ernstige medicatiefouten (Schillinger e.a., 2005).

Ouderen, laagopgeleiden en niet-westerse migranten zijn sterker vertegenwoordigd in de groep mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden (Nivel, 2016).

Het wonen in een achterstandsbuurt blijkt, onafhankelijk van sociaal-economische status, de gezondheid negatief te beïnvloeden (Nielen et al., 2007). De clustering van ongunstige omstandigheden vergroot de gezondheidsverschillen.

In het dagelijks leven hebben mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden moeite met:
de weg vinden in de zorg;

  • zoeken op het internet (digitale vaardigheden);
  • (uitnodigings)brieven en mails begrijpen;
  • folders, websites, formulieren, bijsluiters begrijpen;
  • gesprekken met zorgverleners voeren;
  • klachten adequaat en in chronologische volgorde benoemen;
  • uitleg en adviezen begrijpen en in praktijk brengen;
  • behandelplan, revalidatieplan begrijpen;
  • medicijnen op de juiste manier innemen;
  • eigen doelen stellen, leven (re)organiseren, zelfmanagement.

 

 

Hulp zoeken

Ben of ken je iemand die moeite heeft met lezen en/of schrijven? Rotterdammers kunnen langsgaan bij de Vraagwijzer of bij het Taalpunt op de eerste verdieping van de Centrale Bibliotheek (Hoogstraat 110).

Bronnen: Gemeente Rotterdam, Stichting Lezen en Schrijven