Meisjesbesnijdenis (of vrouwenbesnijdenis) is het gedeeltelijk of helemaal wegsnijden van de vrouwelijke geslachtsorganen, zonder dat daarvoor een medische reden is. Ook in Nederland leven meisjes en vrouwen die besneden zijn. Wat is vrouwenbesnijdenis precies? Waar komt het gebruik vandaan? En hoe willen wij ons steentje bijdragen in bewustwording rondom dit thema? We geven je graag meer informatie hierover.

In Nederland worden we vanaf het begin van de jaren negentig geconfronteerd met vrouwelijke genitale verminking (vgv), ook wel meisjesbesnijdenis genoemd. Dit komt door de immigratie van vrouwen uit landen waar vgv een gangbaar gebruik is. De vgv procedure heeft geen enkel gezondheidsvoordeel voor meisjes en vrouwen. Het is een schending van de mensenrechten van vrouwen. Meisjesbesnijdenis kan ernstige lichamelijke, psychische en seksuele problemen veroorzaken op zowel korte als lange termijn.

Verschillende types besnijdenissen

  • Clitoridectomie: het gedeeltelijk of volledig verwijderen van de clitoris. In bijzondere gevallen wordt de huid rondom de clitoris – de prepuce – verwijderd.
  • Excisie: het gedeeltelijk of volledig verwijderen van de clitoris en de kleine schaamlippen. In sommige gevallen worden de grote schaamlippen ook verwijderd.
  • Infibulatie: het vernauwen van de vaginale opening door de kleine en grote schaamlippen volledig te verwijderen en de overgebleven delen aan elkaar vast te naaien. In sommige gevallen wordt ook de clitoris verwijderd.
  • Alle andere schadelijke procedures die ertoe leiden dat de vrouwelijke geslachtsorganen verminkt worden, zoals: verbranden, piercen, prikken of schrapen.

In welke landen komt het voor?

Meisjesbesnijdenis wordt vooral uitgevoerd in Sub-Sahara Afrika (West-, Oost- en Noordoost-Afrika), maar komt op kleinere schaal ook voor in het Midden-Oosten, Azië en Latijns-Amerika en bij vluchtelingen uit deze gebieden. De helft van het totaal aantal slachtoffers van meisjesbesnijdenis komt uit Egypte, Ethiopië en Indonesië.

Gemiddeld gezien komt meisjesbesnijdenis het meeste voor in Somalië, hier is 98 procent van de meisjes en vrouwen tussen de 15 en 49 jaar besneden. In Guinee gaat het om 97 procent van de meisjes en vrouwen.
Bron: UNFPA, 2020

De meeste slachtoffers zijn tussen de vijf en vijftien jaar oud, maar regelmatig worden meisjes ook al voor hun vijfde besneden. In Jemen wordt bijvoorbeeld 87 procent van de besneden meisjes besneden in de eerste week na de geboorte. Ook in Mali gaat de leeftijd van meisjesbesnijdenis naar beneden. Dit gebeurde vroeger tijdens de overgangsrituelen van meisje naar vrouw, nu worden de meeste meisjes voor hun vijfde levensjaar besneden,
Bron: Unicef, 2020; Unicef, 2019

Vgv of meisjesbesnijdenis?

Vrouwelijke genitale verminking (vgv) is de letterlijke vertaling van de term die de WHO voor meisjesbesnijdenis gebruikt: Female Genitale Mutilation (FGM). De Nederlandse overheid verwerpt de term meisjesbesnijdenis, omdat zij net als de WHO van mening is dat het gaat om verminking. Daarom spreken we in Nederland in alle officiële stukken voor beleidsmakers, beleidsuitvoerders en intermediaire zorgverleners over vrouwelijke genitale verminking.

Professionals wordt echter aangeraden om in direct contact met mensen uit de risicogemeenschappen te spreken over meisjesbesnijdenis. In dergelijke gesprekken is het opbouwen van een vertrouwensrelatie namelijk van groot belang. Dan is het nuttig om een niet-veroordelende term te gebruiken.

Meisjesbesnijdenis en religie

Meisjesbesnijdenis is een culturele traditie en wordt in geen enkele religie voorgeschreven. Toch is dat wel wat veel mensen denken, inclusief ouders van de meisjes en lokale en religieuze leiders. In veel landen waar kindhuwelijken traditie zijn, worden meisjes ook besneden. Er is vaak een relatie tussen deze beide gebruiken. Zo moeten in Kenia jong getrouwde vrouwen zich soms alsnog laten besnijden. Maar er zijn uitzonderingen. Bangladesh en Niger bijvoorbeeld tellen een hoog percentage kindhuwelijken, maar meisjesbesnijdenissen komen er niet veel voor.

Redenen voor vgv

Het besnijden of bewerken van de uitwendige genitalia van meisjes is een culturele traditie die verbonden is met opvattingen over reinheid, schoonheid, vrouwelijkheid en seksuele moraal. De redenen waarom ouders hun dochters laten besnijden, verschillen van familie tot familie en van gemeenschap tot gemeenschap. Doorgaans gebeurt dit ter bescherming van de sociale status van het gezin en om de kans op het vinden van een huwelijkspartner te vergroten. Zo proberen ouders de toekomst van hun dochters veilig te stellen. Huwbaarheid is dan ook een belangrijke factor.

De keuze van ouders voor besnijdenis wordt ook beïnvloed door de geldende sociale norm: omdat anderen hun dochters laten besnijden, voelt men zich gedwongen dit ook te laten doen. Veel meisjes en vrouwen zien de ingreep als iets vanzelfsprekends: het hoort erbij, iedereen is immers besneden. Lokale machtsstructuren – van gemeenschapsleiders en geestelijk leiders tot vrouwen die de besnijdenissen uitvoeren – spelen een grote rol bij het voortzetten of juist uitbannen van deze traditie.

De volgende redenen voor meisjesbesnijdenis worden vaak door praktiserende gemeenschappen genoemd:

  • het vergroot de huwelijkskansen
  • het beschermt de maagdelijkheid van het meisje
  • het geeft status in de gemeenschap
  • een besneden vrouw is mooi
  • het is een teken van een goede opvoeding
  • het is een culturele traditie
  • het is een religieus voorschrift

Meisjesbesnijdenis in Nederland

In Nederland leven bijna 41.000 besneden meisjes en vrouwen. 82 procent van deze groep is afkomstig uit Egypte, Somalië, Ethiopië, Eritrea, Sudan of Irak. Er wordt geschat dat hier in de komende 20 jaar 4.200 meisjes bijkomen. Maar het is moeilijk te achterhalen of deze meisjes daadwerkelijk worden besneden. Meisjesbesnijdenis is verboden in Nederland. Daarom worden meisjes vaak besneden wanneer zij op vakantie zijn in het land van herkomst.
Bron: Pharos, 2018

Besnijdenis bespreekbaar maken

Het thema meisjesbesnijdenis is vaak onbespreekbaar bij jongeren en jongvolwassenen, vanwege de culturele verschillen, maar ook door schaamte, angst, vooroordelen of onwetendheid. Het is daarom belangrijk dat dit thema bij deze doelgroep op een veilige en speelse manier bespreekbaar wordt gemaakt. Dit, tezamen met het creëren van bewustwording en het bieden van nazorg, doen wij binnen ons theaterstuk ‘Hechting’.

De werkwijze van ‘Hechting’ sluit niet alleen goed aan bij de preventie en het bespreekbaar maken van het taboeonderwerp, maar ook bij de leefwereld van de jongeren. Na afloop van iedere voorstelling worden de leerlingen bevraagd en betrokken in een discussie door dialoogbegeleiders. Tijdens de groepsgesprekken na afloop, komen jongeren met hun verhalen en vraag om hulp.

Leerlingen en leerkrachten die naar aanleiding van het theaterstuk specifieke hulpvragen hebben, kunnen zich na afloop tot ons wenden. Indien nodig en wenselijk, zullen wij de hulpvraag in kaart brengen en ze doorverwijzen naar het Centrum Jeugd en Gezin Rijnmond (CJG Rijnmond) voor een nazorgtraject. Bij het CJG Rijnmond is een team van de sleutelpersonen met diverse achtergronden. Deze sleutelpersonen geven regelmatig voorlichting, komen op huisbezoek en bieden zorg aan meisjes en vrouwen uit risicolanden. De docenten kunnen ook de mogelijkheid krijgen om deel te nemen aan een voorlichting sessie over VGV.

Wil je meer weten over Hechting? Stuur dan een e-mail naar e.hamberg@meandsociety.com.

Bronnen: Plan International en Pharos